De eerste kamer is onlangs definitief akkoord met het wetsvoorstel aanpassing Arbeidsomstandighedenwet De nieuwe wetgeving gaat in per 1-1-2017. 

De wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op de rol en de positie van de bedrijfsarts. Maar ook de positie van de ondernemingsraad/ personeelsvertegenwoordiging en de preventiemedewerker zijn duidelijker omlijnd.  

Waarom een nieuwe Arbowet? 

De afgelopen jaren is er veel discussie geweest over de arbeidsgerelateerde zorg. Er is forse kritiek geuit op het functioneren van de arbodienstverlening  en de rol van de bedrijfsarts.  Op verzoek van minister Asscher van SZW heeft de Sociaal Economische Raad (SER) op 19 september 2014 een advies uitgebracht over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. Het was een verdeeld advies: een deel van de SER vond een grondige herziening van het stelsel niet nodig, een ander deel juist wel. Hoe dan ook vormde dit advies de aanleiding voor een wetsvoorstel om te komen tot een aantal minimumverplichtingen in het basiscontract arbodienstverlening en verbetering van de rechten van werknemers. 

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

 Iedere werknemer heeft directe toegang tot de bedrijfsarts via een ‘open spreekuur’. Het vroegere arbeidsomstandighedenspreekuur komt dus weer terug.  Werknemers hebben recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts. De second opinion is vooral bedoeld om onduidelijkheden weg te nemen over klachten, arbeidsgeneeskundige vragen en oorzaken van gezondheidsproblemen die samenhangen met het werk. Alleen een andere bedrijfsarts of een andere arbodienst kunnen een second opinion uitvoeren. De bedrijfsarts moet iedere werkplek kunnen bezoeken. Afspraken over arbodienstverlening worden vastgelegd in een ‘basiscontract arbodienstverlening’. In deze schriftelijke overeenkomst moet staan: 

  1. Dat de bedrijfsarts toegang heeft tot elke werkplek; 
  2. Op welke manier de arbodienstverlener of bedrijfsarts zijn wettelijke taken kan uitvoeren;
  3. Hoe de toegang tot de bedrijfsarts en het overleg met de preventiemedewerker en OR zijn geregeld;
  4. Hoe werknemers gebruik kunnen maken van het recht op second opinion;  
  5. Hoe de klachtenprocedures werken;
  6. Hoe de bedrijfsarts omgaat met de meldingsplicht voor beroepsziekten. Inspectie SZW krijgt ruimere mogelijkheden voor handhaving en sanctionering ten opzichte van werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen. In sommige gevallen wordt de bedrijfsarts gelijkgesteld aan de werkgever. De inspectie SZW heeft de mogelijkheid om direct een boete op te leggen als het arbo-contract niet aan de juiste voorwaarden voldoet. Deze boetes kunnen oplopen tot € 13.500,- per overtreding.
  7. Grotere betrokkenheid van werknemers bij afspraken met arbodiensten en bedrijfsartsen. Het medezeggenschapsorgaan krijgt instemmingsrecht bij de keuze van de preventiemedewerker en diens rol in de organisatie. Medezeggenschapsorganen en werkgevers moeten zich goed laten informeren over de rechten en plichten die zij aangaan in overeenkomsten met arbodienstverleners. Door scholing of door een adviseur in de arm te nemen krijgen zij inzicht in risico’s en afspraken over aansprakelijkheden.  

Lopende arbodienstverleningscontracten zullen nog een jaar na inwerkingtreding van de wet ongewijzigd van kracht blijven. 

Toch is het verstandig nu al lopende contracten onder de loep te nemen. Ook ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen moeten zich voorbereiden op deze nieuwe contracten. Het feit dat zij meer verantwoordelijkheid krijgen en nadrukkelijker worden betrokken bij het arbobeleid, betekent dat zij ook medeverantwoordelijk worden voor de arbo-contracten die de werkgever afsluit.  Zij moeten er dus voor zorgen dat zij over de juiste kennis beschikken om arbo-contracten te kunnen beoordelen, of deze kennis inkopen.